LHBT-discriminatie: niet expliciet in de Grondwet

LHBT-discriminatie

Het COC pleit er voor om aan artikel 1 van de Grondwet een expliciet verbod op LHBT-discriminatie toe te voegen. Op het oog een prima plan, maar dat is het niet. Om uitsluiting van seksuele minderheden te voorkomen, moet het artikel niet worden uitgebreid, maar juist worden ingekort.

Artikel 1 van onze Grondwet luidt: ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook is niet toegestaan’.

Het is gek dat in dit eerste artikel de rechten van seksuele minderheden niet worden benoemd. Nu lijkt het net alsof discriminatie op grond van seksuele voorkeur minder erg is dan onderscheid op basis van bijvoorbeeld geloof of ras. Dus ja, het is de hoogste tijd voor aanpassing van artikel 1.

Andere seksuele minderheden

Het ligt voor de hand om dit te doen door ‘seksuele geaardheid’ op te nemen in het rijtje redenen op grond waarvan niet mag worden gediscrimineerd. Helaas is het niet zo simpel en leidt die woordkeuze juist tot uitsluiting van weer andere seksuele minderheden. Want wat te doen met mensen die zich man noch vrouw voelen (of juist allebei) en interseksuelen? Zij zijn niet per se anders geaard – geaardheid gaat immers over de vraag tot wie je je aangetrokken voelt – maar verdienen wel degelijk een expliciet verbod op discriminatie.

En wat te denken van pedofielen? Veel mensen zijn nog steeds van mening dat pedofilie geen geaardheid is, maar een ziekte. Moeten we pedofielen daarom buiten de boot laten vallen? Mij lijkt dat bijzonder onrechtvaardig omdat ook pedofielen niets kunnen veranderen aan hun voorkeur. En dat hoeven ze ook niet, zo lang ze maar niet overgaan tot het misbruiken van kinderen. Ook zij hebben dus recht op grondwettelijke bescherming.

Niet uitbreiden met LHBT-discriminatie maar inkorten

De eenvoudigste manier om te komen tot een werkelijk inclusieve grondwet is om artikel 1 niet uit te breiden, maar in te korten door geen expliciete voorbeelden van discriminatie meer te noemen. Artikel 1 dient in mijn ogen dan ook de volgende tekst bevatten: ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie op welke grond dan ook is niet toegestaan’.

Door alleen de rechten van lhbt-ers in de grondwet te willen verankeren, houdt het COC onvoldoende rekening met andere seksuele minderheden. Gelukkig is het nog niet te laat om deze faux pas te herstellen.

Bladwijzer de permalink.

Één reactie op LHBT-discriminatie: niet expliciet in de Grondwet

  1. Evert Nijdam zeggen:

    Helemaal mee eens.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *