Persoonlijke Gezondheidsomgeving mogelijk fiasco

Artsen zijn bijzonder kritisch over de zogenaamde Persoonlijke Gezondheidsomgeving waarover iedereen in Nederland vanaf 2020 moet beschikken. Zo zijn er onder meer zorgen over de beveiliging van de Persoonlijke Gezondheidsomgeving en vrezen doktoren voor administratieve rompslomp, aldus onderzoeksplatform Investico.

Regie over eigen gezondheid en zorg

Patiëntenfederatie Nederland initieerde in 2011 de Persoonlijke Gezondheidsomgeving (PGO). Deze moet het voor patiënten mogelijk maken om op elk gewenst moment inzage te krijgen in hun medische gegevens. Het idee hierachter is dat patiënten zo beter de regie kunnen voeren over hun eigen gezondheid en gezondheidszorg. Wettelijk is vastgelegd dat iedere Nederlander uiterlijk in 2020 over zo’n PGO moet kunnen beschikken. Patiënten bepalen zelf met welke zorgverlener ze hun informatie delen. Investico heeft onderzocht hoe zorgverleners denken over dit plan.

De belangrijkste uitkomsten

Investico hield een peiling onder 39oo leden van zorgverlenersvereniging VvAA. Daarop ontving Investico 561 bruikbare reacties.

Opvallend is allereerst dat een kleine 60% nog nooit van een PGO had gehoord. En maar liefst 72 procent maakt zich zorgen over de beveiliging van de Persoonlijke Gezondheidsomgeving – in het bijzonder over veiligheidslekken door digitaal of menselijk falen.

De leden van VvAA zijn verdeeld over de vraag of het een goede ontwikkeling is dat patiënten hun gegevens kunnen delen. Voorstanders hopen zo vooral zelf makkelijker aan informatie te kunnen komen. Tegenstanders vrezen dat er misbruik kan worden gemaakt van de gegevens door ‘ondeskundigen’.

Een aantal artsen wijst ook nog op een belangrijk principieel punt: artsen hebben een medisch beroepsgeheim en patiënten niet. Bovendien is 52% bang dat het inzien van de medische gegevens niet tot meer inzicht, maar wel tot meer onrust leidt onder patiënten. En maar liefst 69% geeft in de peiling aan bang te zijn voor verzwaring van de administratieve druk.

Reactie ministerie op de bezwaren

Ondanks de genoemde bezwaren en verdeeldheid onder zorgverleners, laat het ministerie van Volksgezondheid weten voorlopig niet van plan te zijn om zorgverleners meer te betrekken bij de nieuwe plannen. Het zou zonde zijn als dat niet verandert, want zoals onze peiling laat zien, staan zorgverleners niet per se negatief tegenover digitale ontwikkelingen die meer regie aan de patiënt geven, aldus Investico.

Als het PGO daadwerkelijk voortijdig strandt, gaat dit de staat een half miljard euro kosten. Alleen al om die reden lijkt het van levensbelang om kritische beroepsgroepen zoals artsen bij de implementatie van de PGO te betrekken. Als de artsen namelijk ‘nee’ zeggen tegen de PGO kunnen Patiëntenfederatie Nederland en het ministerie het verder wel schudden.

Persoonlijke Gezondheidsomgeving in het buitenland weinig succesvol

Overigens verlopen experimenten met de PGO in het buitenland ook weinig succesvol. In onder meer Frankrijk, Estland en Zweden maakt ongeveer 3% van de bevolking gebruik van een PGO. Dat zou in Nederland neerkomen op om en nabij een half miljoen gebruikers. Veel te weinig om van de PGO een financieel succes te maken. Het systeem zou ongeveer 800 miljoen aan kostenbesparing opleveren, zo is becijferd in een onderzoek door Gupta. Maar daarvoor is nodig dat maar liefst zes miljoen Nederlanders van een PGO gebruik gaan maken. Die kans lijkt op dit moment nihil.

Getagd , , . Bladwijzer de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *